Herken je dit in de klas?
Een klas vol tieners die nog niet kunnen lezen, en lesmateriaal dat vooral op papier staat.
Dat ligt niet aan de docent of de leerling, maar aan materiaal dat niet kan voorlezen.
Zo verandert het met Taaltopper
Wat er gebeurtLesmateriaal op papier
Een werkboek kan niet voorlezen en zegt niet of een antwoord goed is. Dat hoort de leerling pas als de docent heeft nagekeken.

Hoe het voeltElke les kiezen wie er aandacht krijgt
Wie nog niet leest, kan niet zelf beginnen. De docent leest voor aan één leerling tegelijk, met steeds het gevoel dat de rest tekortkomt.

Hoe het voeltAvonden kwijt aan extra materiaal
De methode past niet op elk niveau in de klas. Dus maakt de docent ’s avonds zelf werkbladen erbij, en toch voelt het nooit af.

Wat er niet kloptNiet iedereen krijgt dezelfde kans
Thuis kan vaak niemand de opdracht voorlezen: ouders spreken zelf nog geen Nederlands. Zo hangt vooruitgang af van wie er toevallig hulp heeft. Wie geen hulp heeft, loopt verder achter, en dat is niet eerlijk.






